Een Bron 

 

Tussen rotsen en een dal verstopt zich een Bron,

Die in een schuimende sjaal aangekleed is.

Zoals een lief hondenjong is zij vrolijk, zij stroomt

Via geheimzinnige bergkloven in hun duisternis.

 

Lang geleden heeft zij haar begin verlaten

En de mist overschaduwt het eind.

Zowel de Zon als de bergen weerspiegelen zich in het water

En ook de kroon van de hemel (Kijk!)

 

Zo loopt zij lukraak, het wezen der beweging vergeten,

Slechts de stroom is haar voerder en vriend.

En of het eb is of vloed, dat kan haar niet meer schelen.

Volgens haar is het zijn een soort van kring.

 

“Ik heb mijn eigen ik verloren” – hoor je van haar,

Terwijl zij het gras in strengen deelt met spoed.

“Jij hebt je ware ik nog niet gevonden”, - zegt de Maan,

En een uil voegt toe:”Oehoe…”

 

 

 

 

Home