De Wind 

 

Slangachtige adem van De Wind

slaat de gladheid van het raam.

bijtend in het glas koppig en secuur,

net zo ijverig als Doodsarm.

 

Getekend door allerlei handen

met de klank van gloeiende kreten –

vliegt hij binnen door de spleten

en verleidt mijn oog,

 

leidt mij daarheen waar de golven

de hemelse dampen zoenen,

De Maan fronst zuur haar voorhoofd,

en in het water fonkelt iets,

De Oceaan hijgt.

 

Kolkend is de lawaaiige chaos

Harmonie pyramide gespleten

en Het Donker regeert.

Maar wat fluistert de wind in mijn oor?

Dat de kakofoniemacht straks eindigt…

Maar hoe? En wanneer?

 

 

 

Home